zaterdag 22 september 2018

Ik ga door

(Vroeg) opstaan is voor mij de strijd waarmee elke dag begint. Maar als het me eenmaal gelukt is ga ik koffie maken in de keuken. Als ik sta te wachten tot mijn kopje vol is kijk ik uit mijn keukenraam op vijf hoog, rechts zie ik dan de toren van de Grote Kerk in Dordrecht, de tijd erop aflezen is een gewoonte die alleen door mist of heel slecht weer in de war gestuurd kan worden. Kijk ik naar links, zie ik de zon opkomen. Die opkomst is vaak een waar kunststukje van Moeder Natuur. Al met al geen verkeerd uitzicht. Het ouderlijk huis van Johan de Witt staat in de straat die begint onder de Grote Kerk en eindigt bij het Stadhuis. Als hij 's morgens aan dezelfde kant naar buiten keek moet hij hetzelfde uitzicht gehad hebben als ik. Dezelfde kerk, dezelfde zon, het zij vanuit een iets lager gelegen perspectief. Nadat ik Musch gelezen had en me ging verdiepen in het leven van Johan de Witt ben ik me hiervan bewust geworden. Deze geschiedenis ligt voor mijn eigen deur. En dat heeft me, meer dan andere geschiedenissen waarin ik me verdiept heb, meegesleept terug in de tijd.

Ik maakte afgelopen zomer een 'petit tour' langs gedenkwaardige plaatsen waarvan ik mijn belevenissen met je deelde via Facebook en ik dacht eigenlijk het met je delen van mijn manie daarna af te sluiten. Ik heb echter redenen dat niet te doen. De eerste is het enthousiasme dat ik terugkrijg van mensen die hierin ook geïnteresseerd zijn en mijn eigen geïntrigeerd zijn over Johan. Over zijn politiek, zijn tijd, zijn persoon en zijn leven. De tweede is dat ik nu eenmaal graag schrijf en in dit onderwerp een rijke bron van inspiratie vind waar ik inmiddels veel over aan de weet ben gekomen.

De derde, doorslaggevende, reden is deze.
Vandaag was ik op een symposium over het Rampjaar 1672. Het jaar waarin de gebroeders De Witt vermoord werden. Het symposium werd georganiseerd door de Vrienden van De Witt, een organisatie die zich inzet om de herinnering aan de gebroeders levend te houden. Hoewel ik graag naar het symposium toe wilde twijfelde ik er lange tijd over. Was dat wel voor mij, die alleen maar informatie neemt en niet geeft, bedoeld? Of ging ik een stoeltje bezet houden waarop misschien beter iemand had kunnen zitten die 'er iets aan had'? Iemand die met wat er gezegd en getoond zou worden iets zou doen wat bijdraagt aan het levend houden van die herinnering? Iets educatiefs, cultureels of informatiefs. Iemand die geeft. Kortom, ik voelde me ietwat bezwaard en -eerlijk is eerlijk- ook onzeker dat ik daar tussen de geleerden en studenten hopeloos misplaatst stond te zijn en over mijn woorden zou struikelen als iemand me zou vragen wat ik daar deed. Des-allemaal-ondanks kocht ik toch een kaartje met de gedachte dat ik er altijd nog vanaf kon zien of stilletjes achterin de zaal gaan zitten zonder al teveel op te vallen. Maar ik ben gegaan. Met een vooraf bedacht antwoord op de vraag wat ik daar deed op zak. Hoe het was zal ik vertellen, om zo mijn aanwezigheid te rechtvaardigen. Ja en ik weet dat dat niet nodig is, ik heb betaald voor mijn aanwezigheid en alleen dat al zorgt ervoor dat ik iets bijdraag. Maar toch, ik wil iets teruggeven om bij te dragen aan die blijvende herinnering.

Ok. Ik ging dus. Ik had me in wat bochten moeten wringen om er tijd voor te maken maar op tijd sprong ik vandaag in mijn bejaarde paarse auto en kon je me over de A13 zien scheuren richting Den Haag. Aangekomen in de Koninklijke Bibliotheek word ik ontvangen door het geijkte (terecht aanwezige) tafeltje met boeken voor de verkoop en iemand die verkleed als de prins van Oranje boeken en documentatie over de Hollandse Waterlinie aan de man probeert te brengen, met een oranje veer op zijn hoed. Ik ben blij dat hij er is, het neemt wat van de door mij bedachte en gevreesde gewichtigheid weg. Met koffie verschans ik me aan de rand van de aula en probeer een inschatting te maken van de academische gradatie en intenties van de aanwezige anderen. Op het eerste gezicht voel ik me een flamingo die expres in het pinguïnverblijf verzeild is geraakt. Ik zie zelf de humor er wel van in. In de bescheiden menigte ontwaar ik de krullen van Jean-Marc van Tol, de schrijver van Musch, ik zie Luc Panhuysen de trap op komen, één van de sprekers op het symposium en de schrijver van enkele zeer boeiende boeken inzake de zaak De Witt. Ik zie Dames in dure blazers met keurige permanentjes, studentes met schoenen volgens de mode waar ik niet meer aan mee doe en nog een jongen met een shirt waar de handtekening van JdW op gedrukt is. En dan zie ik ook nog Ronald Giphart tussen de mensen staan! Ik ben een groot fan van zijn boeken en ik voel me alsof ik backstage op een popconcert ben beland ondanks het degelijke bibliotheek-serviesgoed in mijn hand. Shit, had ik nu mijn Phileine zegt sorry pocketje maar meegenomen voor een krabbel...

Er was een hoop aan de hand in Nederland en in Europa in het jaar 1672. Er was eigenlijk altijd wel een hoop aan de hand maar voor Nederland was 1672 met recht een rampjaar. In het kort. Nederland was het enige land van dit werelddeel waar niet een vorstenhuis de scepter zwaaide maar waar de zeven provinciën gezamenlijk het bestuur over het land voerden middels afgevaardigden in de vergadering van de Staten-Generaal. We waren als republiek zonder vorst als hoofd van het bestuur het buitenbeentje. De in Europa regerende vorsten hadden nogal wat grillige noten op hun zang zoals (meer) land, (meer) bezit en (meer) status. In Frankrijk regeerde de Zonnekoning: Lodewijk de veertiende. Lodewijk voelde zich niet minder dan een halfgod, wellicht zelfs meer, en had een machtig en rijk rijk. Tussen Frankrijk en Nederland lag een stuk land dat we nu België noemen. Na de Tachtigjarige Oorlog was dit toebedeeld aan de Spanjaarden en ook wel bekend als de Spaanse Nederlanden. Lodewijk had besloten dat dit Spaanse grondgebied maar eens Frans grondgebied moest worden om zo zijn (Frank)rijk 'natuurlijke' grenzen te geven. Nederland (Johan de Witt) riep deze expansiedrift een halt toe en de Zonnekoning droop af. Nederland had nóg een machtige buurman: Engeland. In Engeland werd de troon bezet door een nogal flamboyante koning die ook nog de oom van de jonge prins Willem van Oranje III was die in Nederland maar niet de erkenning kreeg die hij wenste. Nederland had de Engelse koning nog niet zo lang geleden een militair kunstje geflikt waarbij de Engelse marinevloot op eigen terrein volkomen met de grond gelijk gemaakt was en vernederd door Michiel de Ruyter, Cornelis de Witt en hun kornuiten. Kortom, Nederland had niet bepaald vrienden gemaakt met de buren, die buren wilden wraak en eerherstel en ook nog meer land en macht op zee. Nederland was naar hun zin veel te machtig voor zo'n klein landje dat ook nog eens op een 'rare' manier werd bestuurd. Frankrijk en Engeland sloten in het geheim een overeenkomst om de Republiek te vernietigen. De bisschoppen van Munster en Keulen hadden ook wel oren naar wat meer land en aldus werd Nederland door een overweldigende krijgsmacht van drie kanten tegelijk aangevallen. De oorlog was een feit. In Nederland kon je de politieke sfeer grofweg verdelen in twee kampen: de Staatsgezinden: aanhangers van de regering van Johan de Witt en de Prinsgezinden, die de overtuiging hadden dat de prins van Oranje de macht over de regering en het leger moest hebben. Deze twee groepen stonden al jaren tegenover elkaar, soms gaf dat wat strubbelingen maar het verdeelde het land niet zodanig dat er een burgeroorlog van kwam. In 1672 schoot het echter niet op met de verdediging van het land, politieke conflicten tussen de provincies en haantjesgedrag dwarsboomden een daadkrachtig optreden en de vijandige vorsten hadden bijna vrij spel. Het Nederlandse volk werd ondertussen door de oorlogsmangel gehaald en verloor hoe meer hoe langer het vertrouwen in de regering. Een steeds groter groeiende groep mensen vond dat de prins van Oranje het heft in handen moest krijgen teneinde Nederland te bevrijden van zijn bezetter. Ze kregen hun zin, na 20 jaar werd de prins de baas over het leger en kreeg een plek in de regering, dat was precies wat Johan al die tijd had tegengehouden. Maar dat was nog niet genoeg voor het boze volk. De regenten die de Republiek tot dan toe hadden geleid kregen het zwaar te verduren, haat, nijd en geweld was hun deel en propaganda en fake news deden de rest. Met als tragisch dieptepunt de moord op Johan en Cornelis.

Nieuws uit 1672
Terug naar 2018, als ik een goed plekje gevonden heb, nog eentje opschuiven en nog eentje want lange personen in mijn gezichtsveld, neemt er een heer plaats naast me die me een vriendelijk knikje geeft en me mededeelt dat "hij zit". "Ik zie het", zeg ik. De eerste spreker, Henk van Nierop, is een humoristische heer op leeftijd die een presentatie zal geven over de prenten van Romeyn de Hooghe. Al het nieuws werd via pamfletten, een enkele courant en correspondentie de wereld in gestuurd, in woord maar ook in beeld. Romeyn was een beeldjournalist die het geschreven nieuws voorzag van illustraties en prenten waar hij etsen van maakt. Henk ontkomt er niet aan om de geschiedenis zoals ik die hierboven omschreven heb door te nemen, dat doet hij in sneltreinvaart want hij wil liever vertellen over "zijn held" Romeyn. En oja, alles wat hij verteld staat ook in zijn pas verschenen boek dat "best wel duur is" dat snapt hij zelf ook nog wel. Maar vandaag met 40% korting dus sla uw slag.
Henk laat ons een keur aan prenten zien uit de tijd waaruit je op het eerste gezicht zou kunnen concluderen dat zijn politieke voorkeur ligt bij de prinsgezinden. De prins, en de hele Oranjeclan, wordt op heroïsche wijze door Romeyn geportretteerd. Zonder Henk zou je niet beter weten dan dat Romeyn Oranje bloed door de aderen stroomt maar Henk laat ons beter kijken en wijst op kleine nuances. Nuances waarmee Romeyn zich neutraal opstelt. Kleine tekstvondsten die zo gesteld zijn dat ze uiteindelijk geen mening prijsgeven en gezichtsuitdrukkingen die zijn neutraliteit benadrukken. Je kan er in zien wat je zelf wil maar je kunt hem nergens op afrekenen dan alleen op nieuwsgaring en verbeelding. Romeyn heeft ook een vierluik gemaakt van de moord op de De Witten. Naar ik begrepen heb is hij één van de weinigen die het in alle openheid gedaan heeft en zijn naam aan het werk heeft verbonden. Aangezien de moordenaars van Johan en Cornelis nooit gestraft zijn, ze zijn er allen vermoedelijk zelfs beter van geworden onder prins Willem, was het levensgevaarlijk je uit te laten over de moord. Er werd wel over geschreven, er is zelfs een toneelstuk gemaakt over de moord, maar alles anoniem of onder pseudoniem. Romeyn deed het wel. De vier etsen die hij maakte over de gebeurtenissen op 20 augustus 1672 voegde hij uiteindelijk samen tot één grote ets welke nog te bezichtigen is in het Rijksmuseum.

Weespost uit het Rampjaar
Na Henk neemt Judith Brouwer ons mee naar Londen. Waar een hele sloot aan veroverde Nederlandse post ligt die daar belandde als de Engelsen Nederlandse koopvaardijschepen kaapten waar zij volgens het geldende recht toe gerechtigd waren. De buitgemaakte post dient als bewijsmateriaal in de bepaling of een kaping van een schip rechtmatig was. Derhalve zijn deze poststukken bewaard gebleven. Judith laat ons de mooiste briefjes en pakjes die bewaard zijn gebleven zien. Ik wijd er niet te ver over uit aangezien ik hier over Johan schrijf maar ik heb genoten van Judiths voordracht.

De Franse oorlogshel
Na de pauze gaan we verder met Arjan Nobel die verhaalt over de Franse tirannie die het Nederlandse platteland trof gedurende de oorlog in 1672. De bezetter hanteerde afschuwelijke praktijken om de Nederlandse moraal te breken. Inmiddels was gebleken dat Nederland een zeer zwakke defensie had waardoor de overweldigende Franse troepenmacht binnen afzienbare tijd een groot deel van het land in handen had. De Duitse bisschoppen hielden huis in Groningen en Friesland. Door de conflicten in de regering waarbij de prinsgezinden versterking van de Nederlandse defensie traineerden was het leger een bij elkaar geraapt, onkundig en slecht uitgerust zooitje. Maar Nederland gaf zich niet over, Holland en Zeeland waren gered dankzij de Hollandse Waterlinie en Michiel de Ruyter die met zijn ijzersterke vloot en bevel voorkomt dat de Engelsen het Nederlandse vasteland bereiken. Door het doorsteken van dijken en onder water zetten van een stuk land tussen Muiden en Woudrichem kon de troepenmacht niet verder. Het was een kwetsbare barricade want zodra koning Winter zijn intrede deed zag de vijand zijn kans schoon en probeerde het ijs over te steken. Het mislukte maar enkele dorpen aan de vijandige kant van de waterlinie moesten het zwaar ontgelden.

Luc
Na Arjan is Luc Panhuysen aan de beurt. De historicus die vele boeken schreef over het onderwerp en aan de gebroeders De Witt en hun opkomst en ondergang een geheel eigen boek wijdde. De Ware Vrijheid, genaamd naar de titel van de politieke beweging uit die tijd. In een volgende blog zal ik proberen dit De Ware Vrijheid en mijn overdenkingen te verwoorden. Dit verdiend een eigen overpeinzing.

De oorlog duurde nog lang, pas in 1678 werd de vrede getekend maar aan de bezetting van Nederland kwam in 1673 een einde. Prins Willem wordt hiervoor geroemd maar hij had geluk. De Franse koning overspeelde zijn hand door ook in de Elzas toe te slaan. Zijn beste troepen werden uit Nederland gehaald waardoor de hier overgebleven bezettingsmacht verslagen kon worden. Inmiddels had het leger ook versterking gekregen van bondgenoten als Spanje en Oostenrijk. Prins Willem bleef oorlog voeren met Lodewijk maar niet meer op Nederlands grondgebied.

Johan?
Zoals eerder genoemd strekt mijn interesse zich niet alleen uit over de gebeurtenissen van 1672 of de politiek uit de tijd van en door Johan de Witt maar ben ik ook reuze benieuwd naar de persoon Johan de Witt. Inmiddels heb ik veel dingen gelezen die me mateloos boeien. Zo had Johan bijvoorbeeld een papegaai als huisdier en was zijn huwelijk erg goed. Had hij, in tegenstelling tot zijn tijdgenoten, geen voorkeur voor zonen of dochters maar waren alle soorten kinderen hem even lief. Ik begin Johan te leren kennen als een man die ik vermoedelijk best heel aardig en interessant gevonden zou hebben en waar ik bij tijd en wijlen ook vreselijk om moet lachen. Zoals wanneer hij nog geen echtgenote op de kop getikt heeft maar wel een enorm drukke baan heeft en een huishouden te bestieren. Hij zoekt allerlei manieren om dat huishouden draaiende te houden maar het lukt hem slecht, hij beklaagt zich erover tegen zijn schoonzussen en tante.

In zijn tijd was er geen democratie zoals wij die kennen, je was als kwartje geboren of als dubbeltje en dat bleef zo. Johan geloofde in die standenmaatschappij maar was tegelijk wel bezig met het bekijken of een persoon wel geschikt was om een bepaald ambt te vervullen en liet zich daarbij niet leiden door omkoperij of het verlenen van gunsten. Die tegenstrijdigheid boeit me.

Hij wordt preuts genoemd maar rept ergens in een brief van voor zijn huwelijk wel over een 'leuke nacht' die hij gehad heeft met een dame die niet zijn latere echtgenote is. Hoe zat dat? Misschien was hij wel buitengewoon discreet en daarachter een enorme casanova.

Hij loste netelige kwesties op het wereldtoneel schijnbaar moeiteloos op maar toen hij verliefd werd wist-ie niet hoe het aan te pakken. En hoe kwam het toch dat hij zichzelf als een vervangbaar instrument van zijn werk zag terwijl hij door de rest van de wereld gezien werd als de verpersoonlijking van het beleid in Nederland? Verzette hij zich hiertegen of zag hij het gewoon simpelweg niet? Kortom, genoeg om nog te ontdekken!

PS De stukjes die ik schreef tijdens de petit tour heb ik op deze blog geplaatst zodat je die nog eens terug kunt lezen mocht je dat willen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Hoi Johan,

De laatste tijd is er een hoop te doen om jouw brieven. Je hebt er namelijk nogal veel geschreven en nog veel meer ontvangen. Dat laatste he...