vrijdag 31 augustus 2018

The man who sold the world

Oh no, not me
We never lost control
You're face to face
With the man who sold the world


Vandaag vervolgt de petit tour zijn weg. Den Haag staat op het overvolle programma. Maar om twee redenen wil ik eerst naar Delft. De eerste is om het boek Musch. Musch slaat op Cornelis Musch, ten tijde van de verhitte gebeurtenissen in 1650 de griffier van staat. Wikipedia zelf maar wat dat inhoudt maar meneer Musch heeft echt bestaan. Zijn naam en familiewapen staan afgebeeld in Delft boven de ingang van het voormalig hoofdkantoor van het Hoogheemraadschap Delfland, en op de omslag van het boek. Aan zijn memoires zijn het verhaal van Johan de Witt, althans waar we instappen in het boek, opgehangen. Ik wil het graag zien. De tweede reden waarom ik naar Delft wil is om de Nieuwe Kerk te bezoeken. Het lot van JdW is onlosmakelijk verbonden met dat van de Oranjes. En hoewel ik bij het eerste couplet van het Wilhelmus nog redelijk mee kan komen en desgevraagd midden in de nacht en na een paar borrels kan opdreunen wie Willem van Oranje vermoord heeft, heb ik me nooit zo verdiept in de geschiedenis van het koningshuis. Een goed startpunt lijkt me de plek waar onze Vader des Vaderlands zijn laatste adem uitblies en dan ook begraven is. In de kerk worden we geconfronteerd met een stevige portie Oranjegezindheid. En de laatste kist met Hugo de Groot erin, ook trouwens.


In de kerk is her en der wat historische info aangebracht waaronder het eerherstel van het Hollandse stadhoudersschap van de Oranjes. Inmiddels weet ik dat prins Willem III een (de?) aanjager is van de moord op Johan de Witt die dat stadhoudersschap dwarsboomde en in de weg stond. Maar in de kerk wordt er met geen woord over gerept. De onrust en de oorlog die begint in Rampjaar 1672 komt aan bod, de successen van Willem III, maar geen woord over de politieke aardverschuivingen en intriges of de kwestie De Witt. Op het volgende bordje is het alweer één en al welvaart en hosanna voor de eerste Oranje koning Willem I en nog iets over de problemen met België. Wie was er nou 'fout'?

Wil ik nog graag een uitstapje maken naar de 19e eeuw. In de kerk maak ik middels een perspex bordje kennis met koningin Sophia en ik sluit haar meteen in mijn hart om haar (onbedoelde?) zwarte humor. Het zit zo: inmiddels is het huis van Oranje toe aan zijn derde koning Willem. Willem is getrouwd met zijn nicht Sophia, trouwen binnen de familie was niet ongebruikelijk in die dagen. Als Sophia overlijdt, wordt ze conform haar eigen laatste wensen opgebaard in haar trouwjurk, omdat 'haar leven al geëindigd was op haar trouwdag.' Deze daad van verzet en kennelijke overtuigingskracht die zelfs na haar dood stand houdt vind ik bewonderenswaardig voor een 19e eeuwse vrouw van stand. De bekrompen, vrouwonvriendelijke tijd versus koningin Sophia: 0-1.



In Den Haag bezoeken we het Binnenhof. Er zijn geen rondleidingen dus behalve daar alles goed bekijken, laveren tussen de andere toeristen en keihard langsfietsende passanten is er niet veel te doen. En dat is precies wat me eraan treft. Het bestuurlijke centrum van de Nederlandse Staat, in al haar historische glorie, met zoveel verhalen achter de ramen, op de drempels, tussen de zuilen, is statig stil en bescheiden en laat weinig los over haar verleden. We bezoeken nog wel de kelder van de Ridderzaal alwaar we een handgeschreven stamboom van de Oranjes aantreffen. We puzzelen en studeren net zo lang tot we vriendelijk verzocht worden even opzij te gaan voor een meneer die al een tijdje wacht om een foto van de poster te maken. We komen er niet uit. De familiebanden zijn ondoorgrondelijk voor mijn lekenogen. Steeds lijken we het te snappen maar dan dalen we een takje af en begint het mysterie opnieuw. Wat zeker is, is dat ons huidige koningshuis niet absoluut direct afstamt van Willem van Oranje die we vanmorgen bezochten in Delft.

We verlaten het Binnenhof en melden ons bij de Gevangenpoort. Op voorschrift van de brandweer mogen we de gevangenis alleen met gids bezoeken en dus vervoegen we ons bij Han. Han is een lieve, wat oudere man met een lugubere pre-occupatie voor Middeleeuwse martelwerktuigen en daarvan afgeleide spreekwoorden en gezegden. En passant deelt hij ook nog wat bouwkundige wetenswaardigheden met ons en in de luxe 'cel' waar Cornelis de Witt gevangen zat onderwijst hij ons kort over het De Witt verhaal. We kijken uit het raam dat uitkijkt op de plek waar de broers later het leven zullen laten. In de Gevangenpoort liggen nog wat rechterlijke stukken die getuigen van het proces tegen Cornelis, het vermoedelijk laatste boek dat Cornelis in zijn cel las en -heel opmerkelijk- twee zilveren munten ter nagedachtenis aan de moord. Op één van de twee munten staan de broers afgebeeld hangend aan de paal na hun dood. Werd de moord gezien als een heldendaad? Of was het juist ter nagedachtenis aan verschrikkingen? Met elke stap die ik deze week zet om meer te weten te komen lijkt het wel of er 10 nieuwe vragen bij komen. Cornelis zit gevangen op verdenking van het smeden van een moordcomplot tegen prins Willem III, het proces was lastig. Hij werd geheel tegen de gebruiken ten aanzien van hooggeplaatste gevangenen gemarteld om een bekentenis los te peuteren, tevergeefs. Het proces en de bewijsvoering rammelden en de enige getuigenis tegen hem was discutabel. Toch werd hij schuldig bevonden en veroordeeld tot verbanning. Johan heeft even daarvoor zijn ontslag als raadpensionaris aangeboden en wil zijn broer ophalen om samen te vertrekken. De rest van de geschiedenis is bekend.



Maar waar zouden de mannen naartoe? Gingen ze samen weg? En waar waren ze nog welkom? Niet in Engeland. Duitsland misschien? Frankrijk lag ook niet lekker. Stonden de koffers en de koets al klaar? Gingen vrouwen en kinderen ook meteen mee? Wat ging er door ze heen toen de mensenmassa binnenstormde? Zouden ze nog een poging gedaan hebben te ontsnappen?

Ik volg Han niet meer naar de martelkelder. Ik kan het niet meer aanhoren, de verschrikkingen.

We verlaten de Gevangenpoort en houden iets verderop stil bij het standbeeld van Johan. Met zijn vingers wijst hij naar de plek waar hij en zijn broer vermoord werden. Het standbeeld is waardig en rondom voorzien van plaquettes waarop hij geëerd wordt. Op de achterzijde staan zijn verdiensten in prachtige, plechtstatige bewoordingen opgesomd: "dienaar van de republiek, vormer van machtige vloten, verdediger van vrije zeeën, verzorger van 's lands gelden, wiskundige". Waar en in wiens hoofd waren deze zaken niet meer dan genoeg om de man te eren of in elk geval met rust te laten? Welk kwaad is hiervoor verantwoordelijk? Het standbeeld is trouwens ooit onthuld door koningin Wilhelmina, wat opmerkelijk is gezien de rol van de Oranjes in de geschiedenis De Witt. 



Op mijn laatste voetjes lopen we maar een klein stukje verder, naar de Kneuterdijk waar het huis van Johan staat. Nu eigendom van de Staat en een keurig onderhouden gelegenheid voor ontvangsten en andere officiële aangelegenheden. Ons huidige kabinet is er gesmeed. Een gouden bordje prijkt op de gevel: Johan de Witt Huis. Vreemd toeval is dat Cornelis Musch er ook woonde voorheen. Op zeer korte afstand van elkaar bevinden zich de plek waar Johan werkte, vermoord werd en zijn huis. 



Mijn hoofd is vol. We nemen plaats op het plein waarover Johan op zijn sokkel waakt en proosten op hem met een Witte wijn. Ik heb nog steeds zoveel vragen. Over toen, over nu. Mijn ziel staat even net zo ver open als een walvisbek die plankton oogst. Hoe kon het zo misgaan... Hoe is de geschiedenis ooit te doorgronden.

Misschien wist Johan het echt niet, dat zijn leven gevaar liep, dat de Republiek onder vuur lag en dat aan waarden die hij te vuur en te zwaard had verdedigd en ingezet om Nederland verder te helpen getornd werd. Maar misschien zag hij het niet meer. Misschien was na 19 jaar op de toppen van zijn kunnen de scherpte eraf. Net zoals je de plant niet meer ziet in de hal van het kantoor waar je al 19 jaar dagelijks binnenstapt. Misschien was de alerte, slimme jongeman ten prooi gevallen aan slijtage, routine, sleets vertrouwen in zijn kunnen en het werken van de systemen die al zolang werkten zoals ze moesten. Misschien...

In de auto op weg naar huis luisteren we naar een willekeurige playlist die op een prettig oor- en denkverdovend volume staat. Kurt Cobain schalt uit de speakers met The Man Who Sold The World. "Wij waren het niet, wij verloren de controle niet uit het oog. Je staat oog-in-oog met de man die de wereld verkocht". Maar wie verkocht de wereld? 

De Loevesteiners

Musch, het boek van Jean-Marc van Tol dat mij inspireerde tot mijn Johan de Witt week, handelt in het jaar 1650. Een jaar waarin veel gebeurde. Gebeurtenissen die grote invloed hadden op het leven van de jonge, nog onbekende Johan. Johan werkte op dat moment als advocaat voor het Hof van Holland in Den Haag en spendeerde veel van zijn vrije tijd aan zijn grote passie: wiskunde. Wiskunde is niet mijn sterkste kant dus ik kan je weinig vertellen over zijn bijdrage aan de wiskundige wetenschappen maar heb me laten vertellen dat die niet gering is. Het schijnt zelfs zo te zijn dat Newton JdW openlijk als een verloren genie voor de wetenschap beschouwde. Terwijl Johan zijn zakelijke en privé besognes heeft speelt in de politieke arena een netelige kwestie. Prins Willem II baalt van de voorgenomen bezuinigingen op het Staats(e)leger waarvan hij de baas is.

In het kort en met zevenmijlsstappen wat 17e eeuwse staatskundige achtergrond info: Nederland bestaat in deze tijd uit 7 provincies die allen eigen besturen hebben. (Nederland is geen koninkrijk maar een Republiek. De Oranjes zijn dan wel machtig maar ‘slechts’ in het hoogste bestuurlijke orgaan van Stadhouder.) De provincies hebben bij monde van de invloedrijke steden (Dordrecht, Amsterdam, Rotterdam, Hoorn, etc) afgevaardigden (die ook weer verschillende rangen en standen hebben waar ik je nu niet mee zal vermoeien) in de Staten Generaal/vergadering van Nederland om het landelijke bestuur te vormen. Maar de steden zijn daarnaast autonoom in hun eigen bestuur. Machthebbers kwamen vaak door gunsten, manipulaties en familiebelangen en -banden aan hun posities. Ten tijde van de Tachtigjarige oorlog, die tot 1648 duurde, hebben de provincies echter een gezamenlijk leger bijeen gebracht om sterker te staan tegen de Spanjaarden.

Nu het vrede is vinden invloedrijke politici dat het met de uitgaven voor dat leger wel wat minder kan. In de vergadering van de Staten Generaal, waar besloten zal worden over de bezuinigingen, hebben de provincies naar rato inspraak. De invloed van Holland (dat wat we nu kennen als de provincies Zuid- en Noord-Holland) is het grootst en uitgerekend Holland is het meeste gebrand op de bezuinigingen aangezien Holland ook de grootste financiële motor van het leger is.

De Prins is not amused. Zijn vader en grootvader hebben grote militaire successen op hun naam staan en hij ziet zijn kansen om in die voetsporen te treden kleiner en kleiner worden. Willem is jong, 24 jaar, en eager en beschikt daarbij over middelen om de voorstanders van de bezuinigingen tegen te werken. En dat is dan ook precies wat hij van plan is. Op zijn agenda staat een aanval op Amsterdam om die stad te dwingen af te zien van de bezuinigingsplannen. Maar eerst bergt hij zonder blikken of blozen een groep politici, waaronder Jacob -vader van jdw- de Witt, die hij ‘gevaarlijk’ acht veilig op achter slot en grendel. Met het idee dat Amsterdam binnen 24 uur ‘ingenomen’ is verwacht hij zijn gijzelaars ook over te kunnen halen om zich aan zijn kant te scharen en moet het varkentje snel gewassen zijn. Maar het loopt anders. Door knullige omstandigheden mislukt de aanval op Amsterdam en de stad geeft niet toe. Een prinselijke belegering volgt. De gijzelaars, die tot dan toe in Den Haag opgesloten zijn, zijn nog niet van Willem af. Zij worden overgebracht naar de Staatsgevangenis: Slot Loevestein.

Hoe het verder afloopt met de Prins, het leger en Amsterdam moet je maar lezen in Musch (dat raad ik je sowieso aan als dit je boeit) maar omdat ik deze gebeurtenis specifiek heel boeiend vind wil ik graag naar Loevestein. Ik zal je nog wel verklappen dat de Loevesteiners uiteindelijk na een aantal weken vrijgelaten worden op voorwaarde dat zij al hun bestuurlijke functies neerleggen.

We varen met ons zeilscheepje vanuit Dordt, helaas windstil dus gemotoriseerd, naar Gorinchem en leggen haar vast in de pittoreske vestinghaven. We zijn vroeg dus we trekken er meteen op uit. Met het veer varen we naar Woudrichem waar het Slot staat. Bij de kassa krijgen we een kartonnen sleutel mee waarmee we een interactieve tour kunnen doen door het kasteel. Maar ik wil helemaal geen interactieve tour met kartonnen sleutels. Ik wil door het raam kijken waar de Loevesteiners -zoals de gevangenen van de prins genoemd worden- doorheen hebben gekeken. Binnen struikelen we natuurlijk over de boekenkisten en in Middeleeuwse dracht geklede gidsen die de mond vol hebben over Hugo de Groot. Wat niet oninteressant is, ook dit verhaal verteld veel over de politiek van de Oranjes in die tijd. Een geestige anekdote inzake Hugo de Groot is overigens dat de boekenkist waarin hij ontsnapte kwijt is. Hugo heeft zelf nog pogingen gedaan hem terug te vinden maar dat is tot zijn grote ergernis niet gelukt. Aan één van de ‘kasteeldames’ vraag ik naar de Loevesteiners en word doorverwezen naar een tijdelijke tentoonstelling waarin zij opgenomen zijn. De tentoonstelling is mooi en zeker informatief, evenals alle andere interactieve activiteiten in het kasteel maar ik ben toch het meest geboeid als ik mijn hand op de dikke stenen muur leg en door een ‘raam’ naar buiten kijk. Ik stel mijn ogen en handen weer in op 368 jaar terug en voel de kilte van het slot dat de tijd en buiten opgeslokt en in zich opgesloten heeft.



Natuurlijk beklimmen we alle trappen, torens, zolders en kijken we door de keukenschouw omhoog. Bekijken we de verhalen van de overige gevangenen uit de lange historie van het Slot. Lezen we over de heen en weer banken voor de open haard en met onze kartonnen sleutel openen we de poort weer om in vrijheid naar buiten te lopen. De omgeving van het slot is prachtig maar ik realiseer me dat als je vrijheid je afgenomen wordt om het ego van iemand anders te redden een oase in een uitgestrekte woestijn nog een gevangenis is.

Vandaag varen we terug naar Dordrecht. Morgen staan Delft en Den Haag op het programma en om logistieke redenen nemen we daarvoor de ‘koets’ met stuurbekrachtiging en heel veel paardenkrachten.

"Oranje werd groot. De Witten zijn dood."

Het is puur en ‘gelukkig’ toeval dat de Petit Tour samenvalt met de sterfdag van de gebroeders De Witt. In Dordrecht wordt een bescheiden maar welgemeende herdenking georganiseerd door Ben Corino bij het bekende standbeeld van de mannen. Daar zijn we natuurlijk bij. Met een handjevol overige toeschouwers en wat toevallige voorbijgangers die even stilhouden om te kijken waar alle commotie om is. En de achterbuurman van het beeld die nog vurig proclameert over de verdwenen klimop achter het beeld en dat die toch vooral weer terug moet en ook mag wat hem betreft. De herdenking staat natuurlijk in het teken van de moord op de heren maar ook op wat met name Johan betekend heeft voor Nederland. Zijn vermogen om bruggen te slaan tussen partijen die tegenover elkaar staan, hoe hij dankzij zijn visie en met behulp van zijn wiskundig inzicht de zeevloot zelfs zo ver bracht dat Engeland op de knieën moest voor de ‘kleine’ eigenwijze Republiek die Nederland was destijds. Hoe hij welvaart bracht en vrede voor de inwoners van die Republiek en het hoofd bood aan ingewikkelde binnen- en buitenlandse kwesties. Het is mooi om getuige te zijn van dat wat gezegd wordt door doodgewone burgers, de wethouder, Maarten van Rossem (telefonisch) en in de muziek die vertolkt wordt door de zangeres met Betty Boop op haar kuit getatoeëerd. De herdenking is een officieus burgerinitiatief waarvoor geen vergunning is aangevraagd. “Maar”, merkt Ben droogjes op, “in 1672 was ook voor bepaalde gebeurtenissen geen vergunning aangevraagd.” Het openbare leven om ons heen gaat dus gewoon door. Tussen de toeschouwers en de bronzen gebroeders De Witt is een drukke weg. Tijdens de gehele herdenking passeren een aantal lijnbussen, een pizzabezorger, een zwik auto’s en evenzoveel fietsers die snel doortrappen om niet al teveel in het middelpunt van de belangstelling te staan zo midden in de plechtigheid. Zouden er ook voorbijgangers geweest zijn op het moment dat Johan en Cornelis afgeslacht werden? En wat zouden ze gedacht hebben op dat moment? Voor je kijken doorlopen? Of zouden er enkele ramptoeristen zijn blijven hangen? Zouden er veel filmpjes van verschenen zijn was het in deze tijd gebeurd? De paralellen zijn snel gelegd.



Over de manier waarop op de mannen De Witt aan hun einde zijn gekomen houd ik het zo kort mogelijk. Een woeste, door prins Willem III opgehitste menigte zag zijn kans schoon terwijl Johan op bezoek was bij zijn broer die dan al gevangen zit in de Gevangenpoort. De Prins is niet tevreden met zijn positie binnen het politieke bestel en is, geholpen door even zo ontevreden buitenlandse ‘politici’, achter de rug van jdw (op dat moment raadpensionaris oftewel president van de Republiek) om bezig met het smeden van een complot om dat te veranderen. Op 20 augustus worden de heren worden door de mensenmassa (onder wie goede bekenden van Johan en Cornelis) overmeesterd in de Gevangenpoort en een aantal van hen oefent zoveel geweld uit dat ze (vermoedelijk) het leven al snel laten, gelukkig want daarna was de bloeddorst van het ‘gepeupel’, zoals deze groep mensen genoemd wordt, nog niet gelest. De heren worden naakt en ondersteboven aan ‘de wip’ opgehangen. Een paal die vlakbij de Gevangenpoort stond op een plek die het Groene Zoodje genoemd werd. Op het Groene Zoodje werden vonnissen voltrokken en daar kon het bloed makkelijk wegvloeien door de verhoogde ligging en de zachte ondergrond. Hun lichamen worden vreselijk toegetakeld en ontdaan van zo ongeveer alles, denk organen, vingers, etc. Elke vorm van respect voor het leven vloeit op het Groene Zoodje kennelijk ook makkelijk weg. Volgens de overlevering wordt een dode kat aan de voet van de wip gelegd om het plaatje (op humoristische? sarcastische? machtswellustige? wijze) te complementeren. Kortom, een horrorscenario waar Quinten Tarantino wellicht eerst nog een nachtje over zou slapen alvorens het in zijn film op te nemen.

Als de nacht aanbreekt is de menigte afgedropen. Zouden ze de handen gewassen hebben en naast moeder de vrouw in bed gekropen zijn? De met bloed doordrenkte kledingstukken bij de achterdeur uitgetrokken hebben? Zouden ze zijn gaan slapen in de stellige overtuiging dat dat wat ze gedaan hadden het juiste was? Godvrezend en wel. Zich baserend op....wat eigenlijk? Praatjes, geruchten, meningen, onjuistheden. Is er eigenlijk iets veranderd in 346 jaar? Ik kan er zelf niet te lang over nadenken, hoewel ik wat eelt op mijn ziel heb raken mijn gedachten snel in een verwarrende draaikolk waar geen ruimte meer is voor logica en ratio.

Johan had vijf kinderen die geen moeder meer hadden (acht maar drie kinderen overleden jong). Zijn vrouw Wendela overleed enkele jaren voor 1672. De kinderen werden al deels opgevoed door zijn schoonfamilie die het huis in Den Haag naast Johan betrokken had. Met zijn oudste dochter Anna had hij een goede band getuige de levendige correspondentie tussen de twee die bewaard is gebleven. Als ik het goed heb was zij 17 jaar toen haar vader afgeslacht werd. Mijn eigen kinderen zijn onlangs hun vader verloren en hoewel de tijden verschillen is de vergelijking snel getrokken. Ik denk dus ook aan Anna en hoe dit haar verdere leven beïnvloed heeft. En hoe zij vast niet naar een speltherapeut kon op kosten van de verzekering om daarmee om te leren gaan. Ik ben voornemens nog meer te weten te komen over de kinderen van Johan.

Vader Jabob de Witt overleefde zijn jongens. Twee jaar. Twee jaar nog zeulde hij de last met zich mee van wat er gebeurd was met zijn zoons, hoe en waarom. In de nacht van 20 op 21 augustus 1672 haalt hij, samen met een meid (?), de lijken van zijn beide zoons van de wip en gaat als de wiedeweerga op zoek naar een waardige begraafplaats voor de mannen. Ik heb gezocht online naar de laatste rustplaats van Johan en Cornelis maar stuitte op onduidelijkheden en vraagstukken. Voor zover ik begrijp zijn de heren in de Nieuwe Kerk in Den Haag begraven. Echter anoniem, om te voorkomen dat een nieuwe golf van woede en oproer zich over de broers, zelfs al liggen zij al in hun graf, uitstort. Later in de PT zal ik op zoek gaan naar deze plek.

Gisteren stonden we stil bij de sterfdag van Johan. Hoewel het woord feitelijk juist is vind ik sterfdag geen goed woord voor deze dag. Ik zou hem eerder de moorddag noemen. Ik probeer zo goed en zo kwaad als dat gaat om nu deze geschiedenis met objectiviteit te benaderen. Maar wordt daarbij gehinderd door:

1. Een veranderende kijk op de koninklijke familie.
2. Mijn hedendaagse politieke en sociale omgeving.
3. De bril die gekleurd is door 39 jaar rond te lopen op een bepaalde plek in de wereld, in het gezelschap van mensen die ik voor kortere of langere tijd ken(de), in een zekere tijd.
4. Het onvermogen om een mening en beeld te vormen welke gebaseerd is op een complete beargumentatie (is dat uberhaupt mogelijk?).

Rest de vraag: ben ik niet precies hetzelfde als de mensen die, gehinderd door ongeveer hetzelfde als ik, Johan en Cornelis de Witt ombrachten? Wat ons scheidt is dat ik vrij zeker ben van het feit dat ik niet in staat ben om zo’n daad te plegen. Maar verder?

Vandaag nemen we een stapje terug in de tijd naar 1650 en vertrekken we, wederom over het water, van Dordrecht naar Gorinchem. Daar bezoeken we later Slot Loevestein.

Petit tour

In de tijd van jdw was het een goed gebruik dat welgestelde jonge mannen na hun studie en voor ze trouwden een tour door Europa maakten. Om levenservaring (in elke zin van het woord...) op te doen, kunst te zien en cultuur te snuiven. En de bollebozen pakten nog een studietje of promotie mee onderweg. Johan, rechtenstudent, promoveerde tijdens deze tour die hij met broer Cornelis maakte in 1645 in Angers, Frankrijk. Zo’n trip heette een Grand Tour. Ik ben mijn ‘reis’ daarom gekscherend de Petit Tour gaan noemen. Ik heb de promoties en bepaalde elementen van levenservaring eruit gehaald maar cultuur te over, en ik zal links en rechts nog vast wat kunst oppikken ook. 

Gister begon mijn Petit Tour in Brielle. De zeilboot van mijn lief is daar gestationeerd en we brachten hem naar Dordrecht. Daar beginnen we officieel. Een paar dagen touren is sowieso leuk met de boot maar het is een extra bonus dat we ons gedeeltelijk niet gemotoriseerd verplaatsen. In de jaren jdw was vervoer volledig afhankelijk van menselijke en/of dierlijke spierkracht of windkracht aangezien de industriële revolutie nog een jaar of 100 op zich zou laten wachten. De wereld was een stuk groter, relatief gezien. Deze ‘vertraging’ in onze PT brengt ons een beetje in een Gouden Eeuw tempo. Bovendien is het gewoon erg leuk om per boot te reizen.

We varen de Oude Maas op en zien, net als Johan die zag als hij per trekschuit (2 x overstappen, 1 overnachting) zijn geboortstad bezoekt, de kerktoren van Dordt oprijzen en mogen onze boot midden in de historische binnenstad afmeren. Je hoeft maar een rondje om je as te draaien om een heleboel panden te zien met anno’s op de gevel die stammen van voor of tijdens jdw. De romanticus in mij roert zich, jdw moet dit, wat mijn ogen 400 jaar later zien, ook gezien hebben. Als deze stenen toch eens konden praten.


We beginnen bij het begin. Het geboortehuis van Johan. Vlak onder de Grote Kerk; de Grotekerksbuurt 21. We lopen er eerst nog gewoon voorbij ook. Maar daar is het. Een gallery is erin gevestigd en naar de zichtbare prullaria te oordelen vindt de eigenaar van het pand het ook wel leuk om te laten zien aan de voorbijganger welke geschiedenis zijn vastgoed bewaard. Het huis is niet meer helemaal in oorspronkelijke tact. Naar ik begrepen heb bestond het vroeger uit een voor- en achterhuis waarvan het achterhuis door de familie De Witt bewoond werd. Het achterhuis heeft echter de stadsvernieuwing niet overleefd dus dat is er niet meer. Maar aangezien het voorhuis ook De Witt bezit was is dit toch voorzien van een gedenksteen. Ik kan me ook best voorstellen dat jdw daar de voordeur uitstapte op weg naar de kerk, het stadhuis en de kroeg (?). Ik doe net alsof ik de voordeur uitstap en kijk om me heen. Links zie ik het Stadhuis van Dordt. Ik ken de geschiedenis van het pand niet dus weet niet of dat in de jaren jdw ook al zo was en of Johan dus hetzelfde uitzicht had. Zo ja was de plek waar zij woonden voor de hand liggend. De vader van Johan, en zijn voorvaderen lang daarvoor, was jarenlang burgemeester van Dordrecht. Dordrecht was in die tijd een invloedrijke stad en belangrijk ook voor de handel door zijn strategische ligging aan het water. Het burgemeesterschap van Dordrecht was dus niet bepaald een baantje voor erbij. Rechts kijk ik tegen de Grote Kerk aan, weer zijn ogen 400 jaar terug en de mijne in 2018. Tussen stadhuis en kerk staan voorover hellende huisjes waarvan ik me makkelijk voor kan stellen dat die ook tot het beeld behoorde dat jdw zag zodra hij de voordeur dichttrok. De straat is voorzien van glimmende stenen, hoewel het aannemelijk is dat deze er 400 jaar geleden ook zo uitzagen geloof ik niet dat deze bewuste bestrating al 400 jaar ligt. Dat geeft ook niet, het geeft een charmante historische sfeer aan het straatje.




We lopen richting kerk, ik weet zeker dat ik vele De Witt voetstappen passeer. Maandag is het de dag waarop jdw en zijn broer vermoord werden. Dat wordt herdacht bij het standbeeld van de twee in Dordt. Daar gaat de PT verder.

In de ban van Johan

Ik wil graag iets met je delen, heb je even? Ik lees graag. En als ik dat doe lees ik graag over de dingen die al geweest zijn. Geschiedenis heet dat. Maar misschien haak jij net zo snel af bij dat woord als ik bij het woord andijvie. Dus dat woord ga ik niet gebruiken. Maar onlangs las ik Musch. Een boek van Jean-Marc van Tol (die je misschien kent van Fokke en Sukke). Jean-Marc heeft mij enthousiast gemaakt voor dit verhaal. Musch is het eerste deel in een trilogie over Johan de Witt. Voor ik dat boek las wist ik dat:

1. Johan de Witt een belangrijke politieke figuur is geweest, in een periode die ik niet kon benoemen.
2. Hij vermoord is.

Na het lezen van Musch heb ik:

1. Veel geleerd over de politiek en het koningshuis van toen en van nu (want dat doet de vertelling van de -ok nog één keer dan- geschiedenis).
2. Meer begrip voor dingen.
3. Heel veel nieuwe vragen, klein en groot, waar ik antwoord op wil.

Kortom: ben ik in de ban van Johan en ‘zijn’ en dus mijn en dus jouw Nederland. Ik ga daarom deze komende week, waarin mijn kinderen even niet onder mijn vleugels zijn, een beetje op zoek naar Johan’s voetstappen. Ik wil meer weten maar ik wil ook stilstaan bij waar mijn eigen kleine edoch welvarende en geregelde wereldje vandaan komt. Welke grote omwentelingen ervoor gezorgd hebben dat ik nu denk wat ik denk, vind wat ik vind, eet wat ik eet, etc. Een schakel in de keten die Nederland gemaakt heeft wat Nederland is.

Jarenlang werkte ik in Den Haag en liep ik over het Binnenhof zonder stil te staan bij de grote verhalen die zich daar afgespeeld hadden, keek ik nooit eens op naar de Eerste Kamer om te fantaseren achter welke van al die ramen prins Willem II, de kleinzoon van de de welbekende Willem van Oranje, geboren is. Sterker nog, hoe vaak ben ik niet langs het geboortehuis van jdw in Dordt gefietst, op weg naar de kroeg, zonder op of om te kijken? Tijd om dat wel te doen.

Ik deel deze week mijn ervaringen omdat ik heel soms weleens bij iemand eet en die maakt dan andijvie, iets waar ik dus normaal niet zo voor warmloop, maar dan geniet ik toch. Dan is het waarschijnlijk anders klaargemaakt dan de andijvie waar ik een afkeer van heb. Het idee: wie weet kan ik je boeien met mijn belevenissen en overdenkingen inzake jdw. Dus als je het leuk vindt om door mijn ogen een heel klein beetje mee te kijken naar het verhaal van Nederland door nu Johan de Witt ‘achterna te reizen’ nodig ik je uit om me te volgen. Daarna ga ik weer foto’s van mijn kinderen delen en kattenfilmpjes, dat beloof ik.

Disclaimer:
Ik ben geen historicus, geen geleerde in welke zin dan ook en heb niet de illusie dat mijn kijk op de wereld het centrum van het universum vormt. Maar ik wil het je graag laten zien, mijn belevenissen delen en je vermaken. Ik neem geen politieke standpunten in, ben geen republikein maar ook niet per se een ‘Orangist’ zoals dat in de tijd van jdw heette. Mijn tijd is te beperkt om alles of zelfs maar veel te zien maar ik maak een begin. Ik wil de historie geen geweld aan doen. Alles wat ik beweer is mijn persoonlijke interpretatie van de feiten, en feiten bestaan niet. Mijn blauw is niet jouw blauw, misschien vind je mij een onwetend wicht, misschien lees jij de dingen anders, jij lust waarschijnlijk wel andijvie. Dan is dat ok.



Hoi Johan,

De laatste tijd is er een hoop te doen om jouw brieven. Je hebt er namelijk nogal veel geschreven en nog veel meer ontvangen. Dat laatste he...