vrijdag 31 augustus 2018

De Loevesteiners

Musch, het boek van Jean-Marc van Tol dat mij inspireerde tot mijn Johan de Witt week, handelt in het jaar 1650. Een jaar waarin veel gebeurde. Gebeurtenissen die grote invloed hadden op het leven van de jonge, nog onbekende Johan. Johan werkte op dat moment als advocaat voor het Hof van Holland in Den Haag en spendeerde veel van zijn vrije tijd aan zijn grote passie: wiskunde. Wiskunde is niet mijn sterkste kant dus ik kan je weinig vertellen over zijn bijdrage aan de wiskundige wetenschappen maar heb me laten vertellen dat die niet gering is. Het schijnt zelfs zo te zijn dat Newton JdW openlijk als een verloren genie voor de wetenschap beschouwde. Terwijl Johan zijn zakelijke en privé besognes heeft speelt in de politieke arena een netelige kwestie. Prins Willem II baalt van de voorgenomen bezuinigingen op het Staats(e)leger waarvan hij de baas is.

In het kort en met zevenmijlsstappen wat 17e eeuwse staatskundige achtergrond info: Nederland bestaat in deze tijd uit 7 provincies die allen eigen besturen hebben. (Nederland is geen koninkrijk maar een Republiek. De Oranjes zijn dan wel machtig maar ‘slechts’ in het hoogste bestuurlijke orgaan van Stadhouder.) De provincies hebben bij monde van de invloedrijke steden (Dordrecht, Amsterdam, Rotterdam, Hoorn, etc) afgevaardigden (die ook weer verschillende rangen en standen hebben waar ik je nu niet mee zal vermoeien) in de Staten Generaal/vergadering van Nederland om het landelijke bestuur te vormen. Maar de steden zijn daarnaast autonoom in hun eigen bestuur. Machthebbers kwamen vaak door gunsten, manipulaties en familiebelangen en -banden aan hun posities. Ten tijde van de Tachtigjarige oorlog, die tot 1648 duurde, hebben de provincies echter een gezamenlijk leger bijeen gebracht om sterker te staan tegen de Spanjaarden.

Nu het vrede is vinden invloedrijke politici dat het met de uitgaven voor dat leger wel wat minder kan. In de vergadering van de Staten Generaal, waar besloten zal worden over de bezuinigingen, hebben de provincies naar rato inspraak. De invloed van Holland (dat wat we nu kennen als de provincies Zuid- en Noord-Holland) is het grootst en uitgerekend Holland is het meeste gebrand op de bezuinigingen aangezien Holland ook de grootste financiële motor van het leger is.

De Prins is not amused. Zijn vader en grootvader hebben grote militaire successen op hun naam staan en hij ziet zijn kansen om in die voetsporen te treden kleiner en kleiner worden. Willem is jong, 24 jaar, en eager en beschikt daarbij over middelen om de voorstanders van de bezuinigingen tegen te werken. En dat is dan ook precies wat hij van plan is. Op zijn agenda staat een aanval op Amsterdam om die stad te dwingen af te zien van de bezuinigingsplannen. Maar eerst bergt hij zonder blikken of blozen een groep politici, waaronder Jacob -vader van jdw- de Witt, die hij ‘gevaarlijk’ acht veilig op achter slot en grendel. Met het idee dat Amsterdam binnen 24 uur ‘ingenomen’ is verwacht hij zijn gijzelaars ook over te kunnen halen om zich aan zijn kant te scharen en moet het varkentje snel gewassen zijn. Maar het loopt anders. Door knullige omstandigheden mislukt de aanval op Amsterdam en de stad geeft niet toe. Een prinselijke belegering volgt. De gijzelaars, die tot dan toe in Den Haag opgesloten zijn, zijn nog niet van Willem af. Zij worden overgebracht naar de Staatsgevangenis: Slot Loevestein.

Hoe het verder afloopt met de Prins, het leger en Amsterdam moet je maar lezen in Musch (dat raad ik je sowieso aan als dit je boeit) maar omdat ik deze gebeurtenis specifiek heel boeiend vind wil ik graag naar Loevestein. Ik zal je nog wel verklappen dat de Loevesteiners uiteindelijk na een aantal weken vrijgelaten worden op voorwaarde dat zij al hun bestuurlijke functies neerleggen.

We varen met ons zeilscheepje vanuit Dordt, helaas windstil dus gemotoriseerd, naar Gorinchem en leggen haar vast in de pittoreske vestinghaven. We zijn vroeg dus we trekken er meteen op uit. Met het veer varen we naar Woudrichem waar het Slot staat. Bij de kassa krijgen we een kartonnen sleutel mee waarmee we een interactieve tour kunnen doen door het kasteel. Maar ik wil helemaal geen interactieve tour met kartonnen sleutels. Ik wil door het raam kijken waar de Loevesteiners -zoals de gevangenen van de prins genoemd worden- doorheen hebben gekeken. Binnen struikelen we natuurlijk over de boekenkisten en in Middeleeuwse dracht geklede gidsen die de mond vol hebben over Hugo de Groot. Wat niet oninteressant is, ook dit verhaal verteld veel over de politiek van de Oranjes in die tijd. Een geestige anekdote inzake Hugo de Groot is overigens dat de boekenkist waarin hij ontsnapte kwijt is. Hugo heeft zelf nog pogingen gedaan hem terug te vinden maar dat is tot zijn grote ergernis niet gelukt. Aan één van de ‘kasteeldames’ vraag ik naar de Loevesteiners en word doorverwezen naar een tijdelijke tentoonstelling waarin zij opgenomen zijn. De tentoonstelling is mooi en zeker informatief, evenals alle andere interactieve activiteiten in het kasteel maar ik ben toch het meest geboeid als ik mijn hand op de dikke stenen muur leg en door een ‘raam’ naar buiten kijk. Ik stel mijn ogen en handen weer in op 368 jaar terug en voel de kilte van het slot dat de tijd en buiten opgeslokt en in zich opgesloten heeft.



Natuurlijk beklimmen we alle trappen, torens, zolders en kijken we door de keukenschouw omhoog. Bekijken we de verhalen van de overige gevangenen uit de lange historie van het Slot. Lezen we over de heen en weer banken voor de open haard en met onze kartonnen sleutel openen we de poort weer om in vrijheid naar buiten te lopen. De omgeving van het slot is prachtig maar ik realiseer me dat als je vrijheid je afgenomen wordt om het ego van iemand anders te redden een oase in een uitgestrekte woestijn nog een gevangenis is.

Vandaag varen we terug naar Dordrecht. Morgen staan Delft en Den Haag op het programma en om logistieke redenen nemen we daarvoor de ‘koets’ met stuurbekrachtiging en heel veel paardenkrachten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Hoi Johan,

De laatste tijd is er een hoop te doen om jouw brieven. Je hebt er namelijk nogal veel geschreven en nog veel meer ontvangen. Dat laatste he...